Jules De Lombaerde is de bekendste van de Waregemse
missionarissen. Hij werd geboren op 7 januari 1878 in de huidige Nijverheidsstraat te Beveren-Leie. Vader en moeder De Lombaerde waren afkomstig uit Nieuwenhove. Tot 1886 woont het gezin in de Kleine Heerweg in Beveren. Dan verhuist het naar de Waregemse Bieststraat, nr. 32. In 1890, Jules is dan 12 jaar, overlijdt vader De Lombaerde. Jules valt op door zijn uitzonderlijke begaafdheid, en in 1893 krijgt hij de kans leerling te worden aan de normaalschool van Torhout. Het religieuze trekt hem echter meer aan, en al het jaar daarop treedt hij in bij de Witte Paters in het Nederlandse Boxtel, waar hij de naam Broeder Maria Optat aanneemt.
In 1895 vertrekt Jules voor het eerst als missionaris naar het buitenland. Zeven jaar lang woont en werkt hij in Algerië, achtereenvolgens in de kraamkliniek Maison Carrée te Algiers, de lagere school van Arris, en de steden Medina, Beni-Mengallet en Ighil-Ali. In de eerste twee werkt hij als tuinman, kok en schrijnwerker. In Ighil-Ali exploiteert hij een olijfmolen. Maar het Noordafrikaanse klimaat is te zwaar voor hem, en voortdurende koortsaanvallen dwingen hem Algerië te verlaten.
In 1902 treedt Jules in bij de Paters van de H. Familie in het Nederlandse Grave, waar hij zich voorbereidt op het priesterschap. Na het beëindigen van zijn studies filosofie legt hij op 4 oktober 1906 zijn eeuwige geloften af. Ondertussen was ook zijn moeder overleden. Het jaar daarop wordt Jules diaken gewijd, en na zijn studies theologie tenslotte wordt hij op 13 juni 1908 priester. Voortaan gaat hij door het leven als Pater Julio Maria.
De eerste twee jaar van zijn priesterschap is hij professor aan het Seminarie te Grave. Tussen 1910 en 1912 is hij overste van het Seminarie van de Paters van de H. Familie te Wakken, en trekt hij rond als predikant in verschillende Vlaamse en Franse steden.
In 1912 vertrekt hij als missionaris naar wat zijn nieuwe vaderland zou worden: Brazilië. Rond 12 oktober komt hij aan te Recife. Eerst verblijft hij enkele maanden te Sâo Gonçale, dicht bij Natal in de staat Rio Grande do Norte, waar hij het Portugees leert en helpt bij pastorale taken. In 1913 vertrekt hij naar zijn missie in Macapa, in de streek Para, in het Amazone-gebied, waar hij tien jaar zal blijven. Hij verzorgt er de pastorale taken, verpleegt zieken, bezoekt de indianenstammen en sticht scholen en verenigingen. In 1916 sticht hij een eerste religieuze orde voor zusters, de Filhas do Coraçâo Imaculado de Maria ('Dochters van het Onbevlekt Hart van Maria').
Van 1923 tot 1926 verblijft hij te Pinheiro (het huidige Icoaraci) waar hij zich volledig wijdt aan de geestelijke vorming van zijn religieuzen. De volgende twee jaar is hij pastoor te Alecrim bij Natal. Zijn gezondheid blijft zwak, zodat hij in 1928 noodgedwongen moet verhuizen naar het zuidelijk gelegen Manhumirim, in de staat Minas Gerais, waar het klimaat gunstiger is. Hij oefent er de gewone pastorale taken uit, sticht verschillende verenigingen, een Katholiek dagblad O Lutador, en twee congregaties: Missionarios Sacramentinos de Nossa Senhora ('Paters van het Allerheiligste Sakrament van Maria') en Irmâs Sacramentinas de Nossa Senhora ('Zusters van het Allerheiligste Sakrament').
Op Kerstavond 1944 slaat het noodlot toe. Pater Julio Maria, dan 66 jaar oud, stort met zijn wagen in een ravijn te Vargem Grande, en komt om. Op dat ogenblik was hij 36 jaar priester, 32 jaar missionaris in Brazilië en vijftig jaar kloosterling. Tijdens zijn verblijf in Brazilië realiseerde hij tal van bouwwerken, o.a. een kerk, een klooster, een school voor lager en middelbaar onderwijs, een muziekacademie, een apotheek en een grote drukkerij. Daarnaast stichtte hij ook 7 congregaties voor paters, en 24 voor zusters. Maar voor alles was hij een verkondiger van het geloof, die vooral aandacht had voor de armen en de noodlijdenden. Zijn graf in de zelfgebouwde parochiekerk van Manhumirim is nog steeds een bedevaartsoord, bezocht door duizenden eenvoudige Brazilianen, die hun Padre Julio Maria de Lombaerde vereren als een heilige.
PE. JULIO MARIA DE LOMBAERDE
NASCIDO A 8-1-1878 BELGICA
VINDA PARA O BRASIL 24-10-1912
CHEGADA EN MANHUMIRIM 8-4-1928
FALECIMENTO 24-12-1944
HOMENAGEM AO GRANDE BENFEITOR DE
MANHUMIRIM
opschrift van het borstbeeld voor Pater Julio in Manhumirim
Op 23 en 24 juni 1984, bij de veertigste verjaardag van zijn overlijden, werden te Nieuwenhove met veel luister de Padre Julio-feesten gevierd. Doel van de organisatie was het inzamelen van fondsen voor de bouw van een waterput in het arme en door droogte geteisterde Braziliaanse Fortaleza. Het initiatief kwam van de familie De Lombaerde zelf. Een afvaardiging uit Brazilië, die in Europa was om de zaligverklaring van Padre Julio te bepleiten, maakte van de gelegenheid gebruik om het geboortedorp van de missionaris te bezoeken. Van de vele festiviteiten vermelden we de tentoonstelling over het leven van Pater Julio, en de onthulling van twee gedenkplaten, de eerste aan het geboortehuis van Pater Julio in de Nijverheidsstraat, de tweede aan het woonhuis van de familie in de Bieststraat. Het was ook bij deze gelegenheid dat het Nieuwenhoofse kerkplein werd omgedoopt tot Jules De Lombaerdeplein.
Ook de acht jaar jongere broer van Jules De Lombaerde was missionaris. Achiel De Lombaerde werd geboren in Nieuwenhove op 6 april 1886. Tussen 1902 en 1909 werkt hij zijn middelbare studies af, en volgt 2 jaar wijsbegeerte bij de Paters van de H. Familie te Grave. In 1910 treedt hij in bij de Scheutisten, en drie jaar later wordt hij tot priester gewijd.
In 1914 vertrekt Pater Achiel voor een eerste keer naar de Ortos-missie in Mongolië. Hij verblijft er 16 jaar en komt dan voor een eerste keer met verlof naar België. Van zijn verlof maakt hij ook gebruik om zijn broer Jules te gaan bezoeken in Manhumirim. In 1931 vertrekt Achiel terug naar de Ortos-missie, deze keer voor een verblijf van 15 jaar. In 1947 komt hij definitief terug naar België, en wordt aalmoezenier van de zusters Karmelietessen, op de Karmel in Waregem.
Op 82-jarige leeftijd trekt hij zich terug in het rusthuis van de Scheutisten in Torhout, waar hij vier jaar later, op 24 september 1972 overlijdt.
-